| |
 |
De uitbreiding van het GENE netwerk t.b.v. een opschalingsaanvraag

Download het voorstel tot deelname aan de subsidieaanvraag
Een voorstel van het Carolus Clusius College in Zwolle, penvoerder van GENE, en Worldschool, aan scholen voor voortgezet onderwijs, bovenbouw HAVO en VWO:
Neem deel aan de subsidieaanvraag Onderwijs Netwerk Ondernemen 2012. De subsidie betreft uitrol van het huidige, kleinschalige GENE project.
Meedoen aan de aanvraag?
-
Stuur voor 5 december a.s. een email aan e.vos@worldschool waarin staat: “Onze school heeft serieuze belangstelling voor het project, onder de aangegeven opzet en voorwaarden en dit geldt zowel voor een of meer docenten van de school als voor de directie.”
-
Nagegaan wordt of voldoende scholen serieuze belangstelling hebben voor deelname aan het project. Is dat het geval dan wordt een projectaanvraag geschreven en rond 10 december a.s. aan de school opgeleverd. De school gaat na of de tekst akkoord is en het bevoegd gezag ondertekent het deelnameformulier.
-
De subsidieformulieren worden voor de kerstvakantie naar Onderwijs en Ondernemen verstuurd (deadline: 4 januari 2012).
-
Uitslag van de subsidiegever wordt rond 1 juli 2012 verwacht. Het project start direct (met het werven van opdrachten en leerlingen) en de school start september 2012. Duur: twee jaar, met de intentie het project daarna te continueren.
De kenmerken van het GENE project
De meeste leerlingen (HAVO en VWO) maken tijdens het project hun profielwerkstuk. Ook doen scholen mee die GENE op een andere manier in het curriculum inpassen. Bijvoorbeeld: GENE als onderdeel van een economieproject; een i-business class; onderdeel van een leerlijn onderzoeksvaardigheden.
Jongeren (eind VWO en HAVO) identificeren zich met locale ondernemersinitiatieven in ontwikkelingslanden. Zij doen in opdracht onderzoek, maken ontwerpen en verzorgen advieswerk, binnen een netwerk van medeleerlingen, docenten, opdrachtgevers, plaatselijke contactpersonen, cultureel- en inhoudelijk deskundigen.
Het werk van de jongeren levert een kennisomgeving op over ondernemen als ontwikkelingsstimulans in ontwikkelingslanden. De kennisomgeving en de adviezen, onderzoeken en ontwerpen van leerlingen betreffen:
-
het verlenen van microkredieten
-
het helpen ontwikkelen van businessplannen
-
het helpen opzetten van een marketingstrategie, ook voor verkoop van producten in Westerse landen
-
het trainen van ondernemingsvaardigheden; ondernemende vrouwen: ‘vrouwen aan de macht’ hulp of handel?
-
het voor een locale situatie helpen uitwerken en toepassen van het fair trade concept.
De jongeren werken voor echte opdrachtgevers en locale projecten in ontwikkelingslanden. Opdrachtgevers zijn in Nederland gevestigde kleinschalige ontwikkelingsorganisaties die met medewerkers en projecten betrokken zijn bij ondernemersinitiatieven in Afrika en Azië.
Locale contactpersonen in ontwikkelingslanden nemen deel aan het GENE netwerk.
Deelname aan GENE-plus; verplichtingen en vergoedingen
Per school:
1. De school stelt een projectleider aan. De projectleider neemt deel aan het landelijk GENE overleg dat twee maal per jaar plaatsvindt. Dit overleg betreft:
-
Collegiale analyse van de kwaliteit van het werk van leerlingen;
-
evaluatie en ontwerp van de leeromgeving voor leerlingen, m.b.t. ondernemingsvraagstukken;
-
borging van het werk in het eigen curriculum;
-
bewaking van de voortgang van het project, locaal en landelijk.
2.De directeur of rector van de deelnemende school doet mee aan het rectorenoverleg van het project. Het rectorenoverleg vindt een maal per jaar plaats. Het overleg betreft: de zakelijke en inhoudelijke voortgang van het project i.s.m. de penvoerende school, de borging van het project in de eigen school, de landelijke presentatie van het project.
3. Jaarlijks werken minimaal 10 leerlingen in kleine teams binnen het GENE netwerk aan 5 tot 7 eigen producties (pws). De school streeft naar interne opschaling door in het tweede projectjaar GENE uit te voeren als project waar op het niveau van een hele klas aan kan worden gewerkt.
4.De school vaardigt leerlingen en docenten af naar minimaal een jaarlijkse studiedag voor leerlingen. Tijdens de studiedagen zijn speciale sessies voor docenten. Op elke school nemen jaarlijks minimaal vier docenten aan een studiedag deel.
5. De school laat na afloop van het tweejarig project zien dat het werk geborgd is in het curriculum middels tekst in de studiegids, op de website van de school en in het PTA.
Het totaal aantal uren dat docenten/projectleider op elke school besteden (uitvoering van onderwijs niet meegerekend) is: 95 per jaar, 190 in de twee projectjaren.
Voor het project wordt een (verplicht) uurtarief van E 50,- gehanteerd en een eigen bijdrage van 50%.
190 uur x E 50 x 50% = 4750,-
Daar komt bij: de jaarlijkse vergoeding voor Worldschool ad 2000,- (die uit de projectbegroting wordt vergoed), maar daar gaan af: kosten voor de gezamenlijke projectleider, kosten voor studiedagen, drukwerk, e.d. De precieze begroting is nog niet gemaakt. Uitgangspunt is dat een deelnemende school een vergoeding van rond de 4000,- ontvangt en dat de bijkomende kosten daarbij gedekt kunnen worden.
|
 
|
 |
GENE - PLUS
Pagina voor scholen die mee willen doen aan de subsidie-aanvraag voor opschaling van het GENE project.
Uitleg van de procedure.
Kenmerken van het GENE project.
Verplichtingen en vergoedingen.
Meer informatie nodig?
Zie het menu van deze site voor meer uitleg over het project. En/of neem contact op met de projectleider van GENE, Erik Vos, e.vos@worldschool.nl. Tel. (Worldschool) 0182 523624. Geef svp een eigen 06 nummer op als u wilt worden gebeld.
|