Bouwen aan een doorgaande lijn

Bouwen aan een doorgaande lijn 2017-06-16T16:18:13+00:00

Doorgaande lijnen ontstaan door het schakelen van de diverse Worldschool onderzoeksprogramma’s en onderwijsprojecten. Er is geen opgelegde leerlijn. Scholen maken zelf keuzen, en voegen daar desgewenst eigen of andere projecten aan toe.

 

Concentrische opbouw

De Worldschool doorgaande leerlijnen voor onderzoek en maatschappelijke betrokkenheid zijn gebaseerd op het principe van concentrische opbouw. Dat wil zeggen: leerlingen maken gedurende een schoolloopbaan jaarlijks een heel proces van (leren) onderzoeken mee – en worden daar steeds beter in.

Een van de  tegenhangers van de concentrische opbouw is de taakverdelende  opbouw. Daarbij wordt het proces van leren onderzoeken in afzonderlijke componenten opgedeeld, die onder vakdocenten worden verdeeld. E.e.a. komt pas aan het eind van het schoolleven bij elkaar, bijvoorbeeld bij het maken van het profielwerkstuk.

De concentrische opbouw van onderzoeksprogamma’s en onderwijsprojecten in het Worldschool Network heeft de volgende zes kenmerken:

1. Echte opdrachtgevers. Er wordt zoveel als mogelijk met echte opdrachtgevers gewerkt, van buiten de school, die opdrachten aanreiken met betrekking tot een achterliggende maatschappelijke kwestie. Voor jongere leerlingen liggen de maatschappelijke kwesties dichtbij huis, de opdrachtgevers komen uit de nabije omgeving van de leerlingen, al is het dan buiten hun directe leefomgeving. De oudste leerlingen werken mondiaal. Zij hebben via het Worldschool Network opdrachtgevers uit Afrika, Azië en Zuid-Amerika.

2. Toenemende complexiteit. Leerlingen voldoen binnen de concentrische opbouw aan steeds hogere eisen op het gebied van hun onderzoeksvaardigheid. De opbouw van eisen kent een zekere vanzelfsprekendheid: de opdrachten van de opdrachtgevers worden steeds moeilijker; er wordt steeds meer van leerlingen gevraagd, zowel in de breedte als de diepte van het werk.

3. Toenemende maatschappelijke betrokkenheid bij de grote thema’s van onze tijd.  De ‘global issues’ in veel van de programma’s in het Worldschool Network betreffen arm-rijk problematiek, de mogelijkheden van ontwikkelingswerk, duurzaamheid, klimaat en energie.  Deze en andere relevante thema’s worden in allerlei variaties op mondiaal, nationaal en lokaal niveau in de Worldschool programma’s ingevlochten.

4. Toenemende onderzoeksvaardigheid inbedden in sleutelervaringen bij het doen van maatschappelijk betrokken onderzoek. Het ‘leren onderzoeken’ is niet alleen een kwestie van het leren van (instrumentele) onderzoeksvaardigheid. Essentiëel is dat leerlingen sleutelervaringen opdoen m.b.t. onder meer de waarde van kennis en de ervaring dat het eigen werk ertoe doet (zie verder in deze tekst voor een uitwerking).

5. Het onderzoek draagt bij aan de oriëntatie op beroepen en vervolgstudie. Leerlingen werken met echte opdrachtgevers van buiten de school, met experts van universiteiten, hogescholen, denktanks, e.d. Er zijn studiedagen buiten de school. Leerlingen bouwen dankzij deze contacten al op school aan een netwerk van personen en doen ervaringen op m.b.t. de persoonlijke waarde die zijn aan beroepen en mogelijke vervolgstudie hechten.

6. Opbouw van een curriculum vitae. Leerlingen moeten in toenemende mate een c.v. opbouwen dat een brede maatschappelijke belangstelling laat zien. Een dergelijk c.v. kan dienst bewijzen bij de intake van vervolgopleidingen, bij het zoeken van stageplekken, bij latere sollicitaties. Deelname aan de Worldschool programma levert een certificaat op dat de getoonde maatschappelijke belangstelling en geleverde inzet beschrijft. Leerlingen bouwen door deelname aan de programma’s aan hun c.v.

Sleutelervaringen en onderzoeksvaardigheden

 In de Worldschool onderwijsfilosofie levert het concentrisch werken niet alleen een toename op in te onderscheiden onderzoeksvaardigheid. Onderzoeksvaardigheid krijgt betekenis als leerlingen bij het onderzoeken sleutelervaringen opdoen. Deze ervaringen betreffen essenties van het doen van onderzoek, het zijn waardebepalende ervaringen.

Enkele sleutelervaringen zijn:

De ervaring dat er buiten de school mensen zijn die oprechte belangstelling hebben voor de resultaten van je onderzoek. De ervaring dat aan je denk- en daadkracht ook buiten de school waarde wordt gehecht.

De ervaring dat je al op school daadwerkelijk een bijdrage kunt leveren aan de maatschappelijke kwesties.

De ervaring dat het de moeite loont iets grondig uit te zoeken, niet zomaar iets voor waar aan te nemen; de ervaring van de waarde van kennis

De waarde van het stellen van vragen, ook over zaken die vanzelfsprekend lijken. De ervaring dat vragen het gewone ongewoon kunnen maken, en daarmee interessant voor onderzoek.

De waarde van het ontmoeten van en samenwerken met mensen uit een andere leefwereld, of met kennis die jij niet hebt. De ervaring dat leerstof tot leven komt als je samenwerkt met mensen over wie de leerstof gaat of die er dagelijks mee werken.

De ervaring van de kracht van groepswerk. Onderzoek doe je vrijwel nooit alleen; je bent altijd in contact met anderen: de onderzoeksomgeving is deels een sociale omgeving, waarvan je de kracht kunt ervaren.

Kernwoorden zijn: leerprestatie, zelfvertrouwen en verantwoordelijkheid.

De sleutelervaringen vormen als het ware de ondergrond voor het ontwikkelen van onderzoeksvaardigheid: de ervaringen maken de vaardigheden al of niet waardevol. Onderzoeksvaardigheid is merendeels uit te werken door uit te gaan van verschillende fasen van een onderzoek. Wij onderscheiden onderzoeksvaardigheden bij deze fasen van een onderzoek:

1. Vooronderzoek; verkennen, oriënteren
2. Probleemstellingen, uitdagingen en onderzoeksvragen
3. Werkschema’s en plannen van aanpak (planning)
4. Methoden van onderzoek
5. Omgaan met opdrachtgevers
6. Een eindproduct maken
7. Presenteren, adviseren, in discussie brengen
8. Waardenontwikkeling en beroepsperspectief (toekomst)